Loodswezen : ‘De innovatietender’

Rotterdam

23.09.2016

Loodswezen

Alle sectoren

loodswezen-smallerDag in, dag uit doen de schepen van Nederlands Loodswezen B.V.  betrouwbaar dienst. Nooit hoeft de scheepvaart van en naar de Nederlandse havens en de Vlaamse havens aan de Schelde te wachten op een loods. In de operationele vloot is het daardoor lastig om vooraf onzekere innovaties uit te proberen.  Het Nederlands Loodswezen heeft hiervoor een slimme oplossing bedacht. Een recent uit de vaart genomen loodstender – de Enterprise – is niet zoals het oorspronkelijk plan was verkocht, maar behouden voor het uittesten van vernieuwingen. De ‘innovatietender’ is inmiddels volledig hiervoor beschikbaar. Samen met partners worden in 2016 uitvoerige praktijktesten uitgevoerd met een andersoortige boeg, een alternatief onderwaterverfsysteem en de plaatsing van interceptors.

 

Jaarlijks voeren Nederlandse registerloodsen in weer en wind zo’n 85.000 loodsreizen uit. Dat stelt hoge eisen aan de loods, de bemanningen én het materieel. Een lange-termijn vlootplan is de basis die ervoor moet zorgen dat alle schepen altijd in optimale conditie zijn en tijdig worden vervangen. Voor de tenders die de loodsen van en naar de zeeschepen brengen voorziet het vlootplan t/m 2021 in het jaarlijks vervangen van één schip uit de in de jaren negentig gebouwde Discovery-klasse. In ieder geval t/m 2018 gebeurt dit door het elk jaar in de vaart nemen van een nieuwe L-klasse tender. Een schip dat in de dagelijkse praktijk uitstekend
innovatietender2voldoet. Toch vroeg de nieuwbouwcommissie van het Nederlands Loodswezen zich af of qua brandstofreductie, vaargedrag, comfort, duurzaamheid, werkbaarheid etc. niet nog meer mogelijk zou zijn. Voor de tenders die vanaf 2019 in de vaart komen, wil men graag alternatieve opties kunnen bekijken. De Enterprise maakt dat als ‘innovatietender’ mogelijk.

Sinds de toevoeging aan de vloot in maart 2016 van de nieuwe L-klasse tender Lesath, is de Enterprise uit de Discovery-klasse voor de operationele dienst niet meer nodig. Conform het vlootplan zou de tender worden verkocht, maar dat is niet gebeurd. In plaats hiervan is de Enterprise nu 100% beschikbaar voor het uittesten van innovaties. Tjeerd de Vos, Manager Vlootbeheer van het Nederlands Loodswezen: “In eerste instantie hebben wij hiervoor contact opgenomen met scheepsontwerper Camarc. Zij hebben zowel onze tenders uit de Discovery- als de L-klasse ontworpen. Wij hebben hen gevraagd na te denken over alternatieve opties voor de toekomst, met name qua vaargedrag. Daarna zijn wij ook met andere partijen over mogelijke vernieuwingen gaan praten.”

Meerdere innovaties testen

Het resultaat is een omvangrijk testtraject voor mogelijke innovaties, met partners uit verschillende branches, dat een groot deel van 2016 doorloopt. Centraal staan het op de Enterprise uitproberen van een nieuwe boeg van Camarc, alternatieve onderwaterverfsystemen van PPG Coatings en de toevoeging van interceptors door Humphree. Bij gebleken succes zijn deze vernieuwingen toepasbaar op de nieuwbouwtenders van de toekomst en deels ook mogelijk op de huidige tenders. “Geen verbetering kan ook een uitkomst zijn,” zo zegt Malcolm Branse die vanuit de afdeling Vlootbeheer van het Nederlands Loodswezen de dagelijkse leiding over het testtraject heeft. “Dan halen wij het betreffende onderdeel er gewoon weer af en gaan wij het in de toekomst op onze schepen niet gebruiken. Het mooie van het project is dat wij kunnen testen met een echt schip dat voldoet aan alle eisen voor beloodsen. Er zijn weinig situaties waarin dit zomaar kan. Voor alle projectdeelnemers is dat interessant.”

Bestaande en nieuwe boeg één-op-één vergelijken

Dat geldt zeker voor Camarc Design. Voor een crew tender-project van een andere opdrachtgever heeft het bedrijf uit de UK enige tijd terug een tweede generatie Camarc-romp ontworpen, inclusief een slanke boeg. Dit nieuwe rompontwerp is geoptimaliseerd en getest in een proefbassin in de UK en vervolgens in bedrijf genomen. Design & Development directeur Arran Roycroft: “Het ontwerp heeft in de praktijk bewezen beter te zijn dan wat de markt biedt. Wij hebben vervolgens gekeken naar toepassing van de boeg op andere scheepstypes, maar
innovatietender 4nog niet voor de specifieke markt van loodstenders. Hun schepen maken vele uren, vaak in zeer moeilijke weeromstandigheden.” Met een nieuwe slanke boeg op de tender zijn snelheidswinst en brandstofbesparingen mogelijk, zo verwacht Roycroft. Zijn eerste voorzichtige inschatting is een efficiencywinst van 5 tot 10 procent. Ook verbetert het comfort wanneer het schip door de golven gaat. “Het vaargedrag tijdens het beloodsen van schepen is voor het Loodswezen echter net zo belangrijk. De tests zullen duidelijk maken of de nieuwe boeg net zo goed presteert als de Camarc-schepen die zich bij het beloodsen al hebben bewezen. De prestaties met de bestaande en met de nieuwe boeg worden één-op-één vergelijkbaar.”

Meerdere testfases

Voor die optimale vergelijking heeft het Nederlands Loodswezen het testprogramma met de Enterprise opgebouwd uit meerdere fases. In het hart van Rotterdam is de uitstekend geëquipeerde Merwelands scheepwerf daarbij de gehele periode de centrale locatie. In de begin juni 2016 gestarte fase 1 (inmiddels afgerond) is de Enterprise hier voorzien van een nieuw verfsysteem voor de onderwaterbescherming van de romp en van interceptors voor het verminderen van het brandstofgebruik en een juiste variabele ligging in het water. Ook is het schip volgehangen met allerhande meetapparatuur en is zo’n twee ton extra ballast aangebracht ter compensatie van de in fase 1 nog ontbrekende nieuwe boeg. Na een hellingproef voor het testen van de stabiliteit, zijn vervolgens in proefvaarten bij zowel slecht als goed weer uitvoerig de prestaties gemeten.

Fase 2 van het testprogramma omvat het toevoegen van de nieuwe boeg. Deze is op de Merwelands-werf over de bestaande boeg heen gezet. Door het slanke design van de nieuwe boeg was deze toevoeging eenvoudig mogelijk. Verder is het in fase 1 geteste onderwaterverfsysteem tijdens de dokbeurt in z’n geheel verwijderd en weer opnieuw opgebracht. De interceptors zijn gehandhaafd en de ballast er zover nodig vanaf gehaald. Op die manier is een identieke uitgangspositie gecreëerd voor de proefvaarten die in fase 2 wederom zullen plaatsvinden in zowel slecht als in goed weer. Roycroft is overtuigd dat de metingen de efficiencyvoordelen van de nieuwe boeg zullen aantonen. “Het is aan het Nederlands Loodswezen om te beoordelen of die verbeteringen – afgezet tegen het vaargedrag – voldoende zijn om in de toekomst een verandering van boeg te rechtvaardigen. Dat is juist wat dit soort praktijktests kunnen aantonen. In een tanktest in een laboratorium is dat heel moeilijk na te bootsen.”

Verschillende verfsystemen

Een derde testfase – gepland voor oktober 2016 – maakt vervolgens ook een vergelijking mogelijk tussen verschillende onderwaterverfsystemen. Arend Dorsman, Account Manager Marine bij PPG Coatings, de verfleverancier in het testproject met de Enterprise: “Voor fase 1 en fase 2 hebben wij het schip in plaats van een anti-fouling die onder water de aangroei tegen gaat, voorzien van een fouling-release folie. Voorafgaand aan beide testfases is de romp van de Enterprise op de Merwelands-werf hiervoor eerst geheel kaal gemaakt, vervolgens is een hechtprimer gezet, hier overheen een optimale anti-corrosieve primer aangebracht en daarop dan de folie met PPG Sigmaglide1290. Dit geheel resulteert in een zeer gladde romp, wat voordelen biedt in bescherming tegen aangroei en een minimale weerstand in het water geeft. Dit komt ten gunste van de snelheid en het brandstofverbruik.”

De verfleverancier gaat in de derde fase van het testproject de Enterprise onder water voorzien van een kopervrije premium anti-fouling die al direct na tewaterlating zijn optimale gladheid heeft, in tegenstelling tot traditionele anti-foulings. Dorsman: “Zo kunnen wij dit heel mooi vergelijken met het gebruik van de folie met fouling-release uit de twee eerdere testfases. Beide – folie en premium anti-fouling – gaan merkbare voordelen bieden in snelheid en dus brandstofbesparing, zo verwachten wij. Hoe zich dat tot elkaar verhoudt, zal blijken uit de praktijktesten. Anders dan proeven in een gesimuleerde omgeving krijgen wij echte praktijkcijfers. Dat is ook voor ons het mooie van dit project. Voor het Nederlands Loodswezen is het natuurlijk dé gelegenheid om te beoordelen wat voor hun schepen de beste oplossing is.”

Interceptors

De interceptors – die eveneens nieuw zijn voor gebruik op loodstenders – worden geleverd door producent Humphree uit Zweden. De interceptors hebben een verstelbaar blad dat aan de achterzijde, van het schip verticaal het water in steekt. Het systeem is onderdeel van alle drie de testfases. Door de bladen automatisch dan wel handmatig te bewegen, ontstaat een hydrodynamische druk die het achterschip uit het water tilt. Johannes Rask, Sales Project Manager bij Humphree: “In de tests hopen wij aan te tonen dat ons systeem brandstof bespaart. Tegelijkertijd kunnen de interceptors worden gebruikt voor het actief verminderen van de bewegingen van het schip, om op die manier de stabiliteit te verbeteren. Dat verhoogt het comfort aan boord, maar kan ook helpen het risico te verminderen wanneer een loods vanaf de tender moet overstappen naar een ander schip.”

Praktijk wordt het bewijs

“De uiteindelijke testresultaten zullen duidelijk maken wat wel en wat niet voor onze vloot een aanvulling kan zijn,” zo besluit Nederlands Loodwezen’s vlootmanager De Vos. “Belangrijk is vervolgens dat wij met de Enterprise een tijdlang operationeel met die innovaties gaan varen. Het nieuwe zeegedrag moet in de praktijk wel passen. De testresultaten kunnen nog zo geweldig zijn, het langszij gaan bij schepen in slechte weersomstandigheden mag er bijvoorbeeld niet door worden beperkt.” De drie innovaties in het huidige project zullen overigens niet de laatste zijn. De Enterprise blijft ook in 2017 beschikbaar voor het testen van volgende vernieuwingen.