Marc de Natris : Onze marine verdient een boost

Rotterdam

27.08.2020

Alle sectoren

De huidige vloot van de Koninklijke Marine is sterk ingekrompen, verouderd en onderbemand. “Het wordt daardoor steeds moeilijker om uitvoering te kunnen geven aan kabinetsbeleid. Het roer moet dan ook snel om onze marine operationeel te houden. De oplossing is in mijn ogen simpel: het wordt tijd voor een politieke ‘can do’-beslissing”, schrijft Marc de Natris in een gastcolumn in Maritiem Nederland.

 

In 1675 sprak admiraal De Ruyter voorafgaande aan zijn laatste reis: “De Heeren hebben mij niet te verzoeken, maar te gebieden, en al wierd mij bevoolen ’s Lands vlagh op een enkel schip te voeren, ik zou daarmee t’zee gaan en daar de Heeren Staten hunne vlag betrouwen, zal ik mijn leven waagen.” De Ruyter sprak deze woorden in de wetenschap dat de omvang van zijn vloot onder de maat was en de toestand te slecht. Hij heeft zijn leven niet gewaagd maar gegeven aan de ‘Heeren Staten’.

Iedereen die op het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) is geweest zal deze historische woorden hebben gelezen en herkennen. Vandaag de dag is zijn uitspraak eigenlijk nog steeds van toepassing op de Koninklijke Marine en haar personeel. Echter, in het Nederlands van nu wel een stuk korter: ‘Can do’. Als de politiek ons waar ook ter wereld wil inzetten ter bescherming van onze veiligheid en/of economie of vanwege (humanitair) beleid, dan varen wij uit. Veel mensen zien dit als (politieke) vanzelfsprekendheid.

De afgelopen jaren is er vaak een beroep gedaan op de marine en er zijn dan ook de nodige offers van het marinepersoneel en zijn thuisfront gevraagd. Want vanwege een militaire vulling van nog geen 79 procent liggen er schepen zonder bemanning onbedoeld tegen de kant en is het voor onze Admiraliteitsraad een hele toer om onze schepen operationeel te houden. De afgelopen jaren heeft onze Koninklijke Marine zich alleen staande weten te houden door onze geroemde ‘can do’-mentaliteit.

Toen ik 33 jaar geleden aantrad bij de marine werd ik aan boord van een mijnenjager geplaatst. Dit waren toen ‘state of the art’ schepen, hun tijd vooruit. We waren als maritieme natie trots op onze M-fregatten, maar ook op onze onderzeeboten. Buitenlandse marines keken jaloers naar de Nederlandse vloot – ’Hollands glorie’ die de wereldzeeën bevoer om ons regeringsbeleid en de NAVO-taken uit te kunnen voeren. Die tijden zijn voorbij. Het merendeel van onze huidige mijnenjagers en M-fregatten is reeds verkocht vanwege de bezuinigingen en de resterende schepen hadden al lang vervangen moeten worden. Ook voor onze onderzeeboten geldt dat hun ‘end of lifetime’ snel begint te naderen.

‘Het wordt tijd voor een politiek ‘can do’-besluit’

 

Terugkerend naar De Ruyters woorden: onze huidige vloot is sterk ingekrompen, verouderd en onderbemand. Het wordt daardoor steeds moeilijker om uitvoering te kunnen geven aan kabinetsbeleid. Het roer moet dan ook snel om onze marine operationeel te houden. De oplossing is in mijn ogen simpel: het wordt tijd voor een politieke ‘can do’-beslissing. Geef onze maritieme natie en dus ook onze marine een boost en plaats (versneld en uitgebreid) de marine nieuwbouworders nu eens eindelijk. Dat is goed voor onze economie, voor onze veiligheid en voor ons ‘Hollands glorie’-gevoel. Laat de Nederlandse vlag weer trots wapperen op ‘made in the Netherlands’!

KTZ Marc de Natris heeft onlangs na ruim zeven jaar de voorzittershamer van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren neergelegd. Hij schreef deze column op persoonlijke titel.